Vlaginstructie voor ouders en begeleiders
Veel ouders en begeleiders helpen bij wedstrijden als assistent-scheidsrechter (vlagger).
Met deze korte uitleg weet je precies wat er van je verwacht wordt. We behandelen niet alle 17 spelregels, maar alleen de belangrijkste zaken waar je tijdens het vlaggen mee te maken krijgt.
Jouw taak als assistent-scheidsrechter
De belangrijkste taak van een vlagger is samenwerken met de scheidsrechter. Je helpt de scheidsrechter door situaties aan te geven die jij beter kunt zien.
Voor de wedstrijd
-
De scheidsrechter geeft voor de wedstrijd korte instructies aan beide vlaggers.
-
Daarna ga je terug naar je eigen team om eventueel de afspraken door te geven aan de leider(s) of spelers.
-
Voor de aftrap loop je mee naar de middenstip voor de toss en stel je je samen met de scheidsrechter voor aan de aanvoerders.
Wanneer vlag je?
Je steekt je vlag omhoog of wijst in een bepaalde richting bij:
-
Bal uit: als de bal helemaal over de zij- of achterlijn is.
-
Inworp: vlag richting de hoekvlag van de partij die níet mag ingooien.
-
Hoekschop: vlag richting de hoekvlag van de verdedigende partij.
-
Doelschop: vlag richting het doel van de verdedigende partij.
-
-
Buitenspel: neem even 2 seconden bedenktijd. Als een speler buitenspel staat en meedoet aan het spel, vlag je en wijs je de plek van de overtreding aan.
-
Overtreding of onsportief gedrag: alleen als jij het beter kon zien dan de scheidsrechter.
-
Wissel: houd de vlag horizontaal boven je hoofd.
👉 Belangrijk: geeft de scheidsrechter een teken (fluitsignaal, handgebaar of “doorgaan”), dan laat je je vlag direct zakken en gaat het spel verder.
Waar sta je bij spelhervattingen?
-
Hoekschop / Strafschop: op de doellijn, zodat je kunt zien of de bal volledig over de lijn is. (Tenzij de scheidsrechter iets anders afspreekt.)
-
Inworp: geef de speler genoeg ruimte om goed in te kunnen gooien.
Hoe moet ik me positioneren tijdens het spel?
-
Als vlagger loop je altijd langs de linker-zijlijn, gezien vanaf het doel van je eigen team.
-
Je loopt tot aan de middenlijn (dus je dekt een half veld).
-
Om buitenspel goed te beoordelen, beweeg je mee met de vóórlaatste verdediger van de tegenpartij (meestal de laatste veldspeler, omdat de keeper de allerlaatste is).
Wat is het allerbelangrijkste?
Duidelijkheid en samenwerking!
Je hoeft niet alles te weten van de spelregels, maar door goed samen te werken met de scheidsrechter help je de wedstrijd eerlijk en soepel te laten verlopen.