Bovenbouw (O13-O21)

In de bovenbouw leren voetballers samenspelen. De teams voetballen vanuit verschillende linies: verdedigers, middenvelders en aanvallers. Zij leren samenwerken: onderling en als linies met elkaar. De bovenbouw is voor VV Zeewolde de groep teams vanaf de O13 tot en met de O21. Deze teams voetballen op een groot veld en spelen hun wedstrijden 11v11.

O13

‘De wedstrijd is het middel’ – Leren spelen vanuit een basistaak
(Nieuwe) spelregels

  • 11 tegen 11
  • Tijd: 2 x 30 minuten
  • Veld: heel veld (100m x 64m)
  • Wissels: 7 wisselspelers + doorwisselen
  • Buitenspel
De speler:

  • Wordt zich meer bewust van zijn eigen kwaliteit en ontwikkeling.
  • Wordt competitief en wil winnen.
  • Oriënteert en ontwikkelt zich op nieuwe omstandigheden, zoals het speelveld en de buitenspelregel.
Tips:

  • Leg de nadruk op balbezit.
  • Leg de nadruk op verdedigende acties zoals tackles en drukzetten.
  • Spelers krijgen een groeispurt. Wees voorzichtig met de intensiteit.

Aanvallen

Uitgangspunten

  • Ruimte met elkaar groot maken/houden.
  • Dieptespel gaat voor breedtespel.
  • Breedtespel en terugspelen zijn (mogelijk) voorwaarden voor dieptespel.
  • Bal houden.
  • Optimale veldbezetting – denk aan onderlinge afstanden.

Dominante voetbalhandelingen

  • Handelingen met (en zonder) bal staan in relatie tot positie, richting, moment en snelheid.
  • Betere onderlinge afstemming (bijvoorbeeld het passen in relatie tot vrijlopen).

Omschakelen

Uitgangspunten

  • Snel en doelgericht omschakelen (V – A; A – V).
  • Snelle betrokkenheid van elke speler.

Dominante voetbalhandelingen

  • Moment van balverovering: Eerste handelingen moeten doelgericht zijn; hierna zie aanvallen.
  • Moment van balverlies: Bal terugveroveren; snel tussen bal en eigen doel komen; hierna zie verdedigen.

Verdedigen

Uitgangspunten

  • Iedereen levert een bijdrage in het verdedigen.
  • Ruimte met elkaar klein maken/houden (=knijpen).
  • Druk op de balbezittende speler krijgen/houden.
  • Kort dekken in de buurt van de bal.
  • Rug- en ruimtedekking verder van de bal vandaan in de gaten houden.
  • Nuttig blijven.

Dominante voetbalhandelingen

  • Handelingen met en zonder bal staan steeds meer in relatie tot positie tussen de tegenstander, het eigen doel, richting, moment en snelheid.
  • Betere onderlinge afstemmen (bijvoorbeeld tussen de laatste linie en de keeper in het verdedigen van de ruimte).

O15

‘De teamorganisatie is het middel’ – Afstemmen van basistaken binnen het team
(Nieuwe) spelregels

  • 11 tegen 11
  • Tijd: 2 x 35 minuten
  • Veld: heel veld (100m x 64m)
  • Wissels A-cat: 7 wisselbewegingen
  • Wissels B-cat: 7 wisselspelers + doorwisselen
De speler:

  • Wordt sterker en wil winnen.
  • Heeft veel verschillen met leeftijdsgenoten ivm groeispurt.
  • Ontwikkelt een goed begrip van hoe het team werkt.
Tips:

  • Oefen partijtjes in grotere samenstelling (8v8; 11v11).
  • Oefen op balbezit.

Aanvallen

Uitgangspunten

  • Spelers worden zich meer bewust van de rol van tegenpartij in het aanvallen.
  • Ruimte met elkaar groot maken/houden.
  • Dieptespel gaat voor breedtespel.
  • Breedtespel en terugspelen zijn (mogelijk) voorwaarden voor dieptespel.
  • Bal houden.
  • Optimale veldbezetting – denk aan onderlinge afstanden.

Dominante voetbalhandelingen

  • Handelingen met (en zonder) bal staan in relatie tot positie, richting, moment en snelheid.
  • Betere onderlinge afstemming (bijvoorbeeld het passen in relatie tot vrijlopen).
  • Team is meer dan een optelsom van 11 individuen.
  • Het wordt steeds duidelijker welke spelers in staat zijn de juiste keuzes te maken binnen opbouwen en scoren (=spelinzicht).

Omschakelen

Uitgangspunten

  • Snel en doelgericht omschakelen (V – A; A – V).
  • Snelle betrokkenheid van elke speler.

Dominante voetbalhandelingen

  • Moment van balverovering: Eerste handelingen moeten doelgericht zijn; hierna zie aanvallen.
  • Moment van balverlies: Bal terugveroveren; snel tussen bal en eigen doel komen; hierna zie verdedigen.

Verdedigen

Uitgangspunten

  • Spelers worden zich meer bewust van de rol van tegenpartij in het verdedigen.
  • Iedereen levert een bijdrage in het verdedigen.
  • Ruimte met elkaar klein maken/houden (=knijpen).
  • Druk op de balbezittende speler krijgen/houden.
  • Kort dekken in de buurt van de bal.
  • Rug- en ruimtedekking verder van de bal vandaan in de gaten houden.
  • Nuttig blijven.

Dominante voetbalhandelingen

  • Handelingen met en zonder bal staan steeds meer in relatie tot positie tussen de tegenstander, het eigen doel, richting, moment en snelheid.
  • Betere onderlinge afstemmen (bijvoorbeeld de spitsen werken samen in het storen).
  • Team is meer dan een optelsom van 11 individuen.
  • Het wordt steeds duidelijker welke spelers in staat zijn de juiste keuzes te maken binnen opbouwen en scoren (=spelinzicht).

O17

‘De wedstrijd is het doel’ – Spelen als een team
(Nieuwe) spelregels

  • 11 tegen 11
  • Tijd: 2 x 40 minuten
  • Veld: heel veld (100m x 64m)
  • Wissels A-cat: 7 wisselbewegingen
  • Wissels B-cat: 7 wisselspelers + doorwisselen
De speler:

  • Heeft te maken met pubergedrag.
  • Heeft een fanatieke houding die soms leidt tot conflicten/opstootjes.
  • Speelt vaak op een (te) hoog tempo.
  • Maakt meer fouten en overtredingen.
Tips:

  • Daag de spelers uit, verhoog de grens.
  • Ontwikkel verantwoordelijkheden.
  • Leg de nadruk op teambuilding.

Aanvallen

Uitgangspunten

  • Ruimte met elkaar groot maken/houden.
  • Dieptespel gaat voor breedtespel.
  • Breedtespel en terugspelen zijn (mogelijk) voorwaarden voor dieptespel.
  • Bal houden.
  • Optimale veldbezetting – denk aan onderlinge afstanden.

Dominante voetbalhandelingen

  • Rendement van handelen wordt bepaald door positie, richting, moment en snelheid, meer en meer gericht op de juiste keuzes op het juiste moment. Hogere eisen aan het spelinzicht van de individuele speler.
  • Rendement van handelen binnen opbouwen en scoren wordt bepaald door afstemming van onderlinge (basis)taken en elkaar aanspreken op het uitvoeren hiervan. Hogere eisen aan het spelinzicht op teamniveau. (= communicatie)

Omschakelen

Uitgangspunten

  • Snel en doelgericht omschakelen (V – A; A – V).
  • Snelle betrokkenheid van elke speler.

Dominante voetbalhandelingen

  • Omschakelen is een teamaangelegenheid.
  • Moment van balverovering: Tijdens het verdedigen loert een deel van het team op het moment dat de bal wordt veroverd; eerste handelingen moeten doelgericht zijn; hierna zie aanvallen.
  • Moment van balverlies: Tijdens het aanvallen let een deel van het team op het moment dat de bal wordt verloren; bal terugveroveren; snel tussen bal en eigen doel komen; hierna zie verdedigen.

Verdedigen

Uitgangspunten

  • Iedereen levert een bijdrage in het verdedigen.
  • Ruimte met elkaar klein maken/houden (=knijpen).
  • Druk op de balbezittende speler krijgen/houden.
  • Kort dekken in de buurt van de bal.
  • Rug- en ruimtedekking verder van de bal vandaan in de gaten houden.
  • Nuttig blijven.

Dominante voetbalhandelingen

  • Rendement van handelen wordt bepaald door positie, richting, moment en snelheid, meer en meer gericht op de juiste keuzes op het juiste moment. Hogere eisen aan het spelinzicht van de individuele speler.
  • Rendement van handelen binnen opbouwen en scoren wordt bepaald door afstemming van onderlinge (basis)taken en elkaar aanspreken op het uitvoeren hiervan. Hogere eisen aan het spelinzicht op teamniveau. (= communicatie)

O19

‘De competitie is het doel’ – Presteren als team in de competitie
(Nieuwe) spelregels

  • 11 tegen 11
  • Tijd: 2 x 45 minuten
  • Veld: heel veld (100m x 64m)
  • Wissels A-cat: 5 wisselspelers
  • Wissels B-cat: 7 wisselspelers + doorwisselen
De speler:

  • Is fysiek en mentaal meer in balans.
  • Beheerst het om meer op 1 tempo te spelen.
  • Is in staat om gezamenlijk taken uit te voeren en wedstrijden te winnen.
Tips:

  • Focus op de teamprestaties op de training.
  • De individuele speler staat in dienst van het team.
  • Bouw aan weerstand: de speler moet leren om te gaan met teleurstellingen en tegenslagen.

Aanvallen

Uitgangspunten

  • Ruimte met elkaar groot maken/houden.
  • Dieptespel gaat voor breedtespel.
  • Breedtespel en terugspelen zijn (mogelijk) voorwaarden voor dieptespel.
  • Bal houden.
  • Optimale veldbezetting – denk aan onderlinge afstanden.
  • Het kunnen hanteren en reguleren van speltempo. (=temporiseren)

Dominante voetbalhandelingen

  • Rendement van handelen wordt bepaald door positie, richting, moment en snelheid.
  • Steeds gericht op de juiste keuzes op het juiste moment. Hogere eisen aan het spelinzicht van de individuele speler.
  • Rendement van handelen binnen opbouwen en scoren wordt bepaald door afstemming van onderlinge (basis)taken en elkaar aanspreken op het uitvoeren hiervan.
  • Spelers spreken elkaar aan op de uitvoering hiervan. (= communicatie)

Omschakelen

Uitgangspunten

  • Snel en doelgericht omschakelen (V – A; A – V).
  • Snelle betrokkenheid van elke speler.
  • Herkennen van cruciale momenten in aanvallen en verdedigen en daarop tijdig leren anticiperen (‘lezen van het moment van balverovering of balverlies’)

Dominante voetbalhandelingen

  • Omschakelen is een teamaangelegenheid.
  • Moment van balverovering: Tijdens het verdedigen loert een deel van het team op het moment dat de bal wordt veroverd; eerste handelingen moeten doelgericht zijn; hierna zie aanvallen.
  • Moment van balverlies: Tijdens het aanvallen let een deel van het team op het moment dat de bal wordt verloren; bal terugveroveren; snel tussen bal en eigen doel komen; hierna zie verdedigen.

Verdedigen

Uitgangspunten

  • Iedereen levert een bijdrage in het verdedigen.
  • Ruimte met elkaar klein maken/houden (=knijpen).
  • Druk op de balbezittende speler krijgen/houden.
  • Kort dekken in de buurt van de bal.
  • Rug- en ruimtedekking verder van de bal vandaan in de gaten houden.
  • Nuttig blijven.

Dominante voetbalhandelingen

  • Rendement van handelen wordt bepaald door positie, richting, moment en snelheid.
  • Steeds gericht op de juiste keuzes op het juiste moment. Hogere eisen aan het spelinzicht en communicatie.
  • Rendement van handelen binnen opbouwen en scoren wordt bepaald door afstemming van onderlinge (basis)taken binnen een gekozen speelwijze.
  • Spelers spreken elkaar aan op de uitvoering hiervan. (= communicatie)