Onderbouw (O5-O12)

In de onderbouw draait het om het leren beheersen van de bal. Elke leeftijdscategorie kent zijn eigen competenties. Bij de mini’s ervaren spelers wat de bal is en wat hij doet. Bij de O11 leren de voetballers om samen te spelen. Door in de onderbouw veel van posities te wisselen, ontwikkelen de spelers zich veelzijdig. De onderbouw is voor VV Zeewolde de groep teams vanaf de O5 tot en met de O12. Kenmerkend aan deze groep is dat zij voetballen op een half veld.

Mini’s

‘De bal is het doel’ – Leren beheersen van de bal
Spelregels

  • 2 tegen 2 of 4 tegen 4
  • Tijd: 3 wedstrijdjes, 2 x 7,5 minuten
  • Grootte van het veld: 20m x 30m
  • Wissels: doorwisselen
  • Indribbelen/Intrappen
  • Geen keeper
De speler:

  • Begrijpt de regels en het doel van het spel niet.
  • Wordt gemotiveerd door de bal.
  • Denkt aan zichzelf en werkt niet samen.
  • Is makkelijk afgeleid.
  • Houdt er (vaak) van vragen te beantwoorden.
Tips:

  • Geef elke speler in bal.
  • Spelers reageren positief op wedstrijdjes en races.
  • Geef simpele korte uitleg.
  • Positieve feedback is cruciaal.

Aanvallen

Uitgangspunten

  • Het verplaatsen van de bal richting het doel van de tegenstander.

Dominante voetbalhandelingen

  • Dribbelen
  • Passen
  • Aannemen
  • Schieten

Verdedigen

Uitgangspunten

  • De bal mag niet in het eigen doel.
  • Probeer de bal af te pakken.

Dominante voetbalhandelingen

  • Doel afschermen
  • Schot blokkeren
  • Tegenstander achterna zitten, inhalen en tot stilstand brengen.

O9

‘De bal is een middel’ – Doelgericht handelen met de bal
(Nieuwe) spelregels

  • 6 tegen 6
  • Tijd: 2 x 20 minuten
  • Veld: kwart veld (42,5m x 30m)
  • Wissels: doorwisselen
  • Ingooien
  • Uittrappen keeper
  • De keeper gebruikt de handen
De speler

  • Begrijpt het spel een beetje
  • Kan al beter passen, aannemen en dribbelen
  • Werkt nog niet samen
  • Is makkelijk afgeleid.
Tips:

  • Focus op individuele balbeheersing, niet op samenspel.
  • Focus op aanvallen en verdedigen.
  • Geef simpele korte uitleg.

Aanvallen

Uitgangspunten

  • Eerste contouren van een opstelling: voorin en achterin.
  • We spelen een wedstrijd, wie de meeste doelpunten maakt wint.

Dominante voetbalhandelingen

  • Dribbelen
  • Passen
  • Aannemen
  • Schieten
  • Rol medespeler is ondergeschikt

Verdedigen

Uitgangspunten

  • De bal mag niet in het eigen doel.
  • We proberen de bal te veroveren.
  • Alle spelers doen mee.
  • Tussen de bal en het doel verdedigen.
  • Handelen binnen de spelregels.

Dominante voetbalhandelingen

  • Juiste positie innemen
  • Afschermen van het doel
  • Andere richting op dwingen
  • Schot blokkeren
  • Bal afpakken
  • Bal tegenhouden
  • Rol medespeler is ondergeschikt

O11

‘De bal is een middel in samenwerken’ – Leren samen doelgericht te spelen
(Nieuwe) spelregels

  • 8 tegen 8
  • Tijd: 2 x 25 minuten
  • Veld: half veld (64m x 42,5m)
  • Wissels: doorwisselen
  • Ingooien
  • Uittrappen keeper
  • De keeper gebruikt de handen
De speler:

  • Krijgt meer begrip voor samenspelen.
  • Herkent de kwaliteiten van andere spelers.
  • Kan voorzichtig op niveau worden beoordeeld om passende uitdagingen te bieden.
Tips:

  • Speel kleine partijtjes: 1v1; 2v1; 3v2; 4v3; 4v4; 5v5.
  • Speel afwerkoefeningen in wedstrijdechte situaties.
  • Geef korte duidelijke uitleg.

Aanvallen

Uitgangspunten

  • Keuze tussen zelf een oplossing zoeken of gebruik maken van medespeler.
  • Meer oog voor spelers in de buurt van de bal.
  • Ruimte met elkaar groot maken (lengte/breedte)
  • Dieptespel gaat voor breedtespel.
  • Breedtespel en terugspelen zijn (mogelijk) voorwaarden voor dieptespel.
  • Bal houden.
  • Veldbezetting – niet meer allemaal dicht bij elkaar.

Dominante voetbalhandelingen

  • Beheersen van de bal.
  • Zonder bal vrijlopen en positie kiezen.
  • Handelingen met (en zonder) bal staan in relatie tot positie, richting, moment en snelheid.
  • Eerste stappen in onderlinge afstemming (bijvoorbeeld het passen in relatie tot vrijlopen).

Verdedigen

Uitgangspunten

  • Iedereen verdedigt mee om tegendoelpunten te voorkomen.
  • Ruimte met elkaar klein maken (=knijpen).
  • Druk op de balbezittende speler krijgen/houden.
  • Kort dekken in de buurt van de bal.
  • Nuttig blijven.

Dominante voetbalhandelingen

  • Juist inschatten van het handelen van de tegenstander(s).
  • Blokkeren
  • Koppen
  • Rugdekking geven
  • Jagen